UIT MIJN RAAM ONDER 'T DAK
Gezongen door Bobbejaan Schoepen
Er
wandelt door het stadje
Een heel lief schatje
Haar ogen zijn zo klaar
Ik hou van haar.
Nu opent zij haar mondje
Zij roept haar hondje
Wat plast dat hondje blij
Daar aan haar zij.
Dat zie ik allemaal
Uit mijn raam onder 't dak
Waar ik leef en studeer
Op mijn dooie gemak.
Hier kijk ik naar de mensen
Met al hun wensen
Hun vreugde en verdriet
Ontgaan me niet.
De
soep wordt niet vergeten
En de kinderen eten
Daar ginder in de steeg
Hun bordje leeg
Dan zoekt men na de maaltijd
Naar wat gezelligheid
Papa leest bakt of schaakt
En moeder haakt
Ja, ik weet wat ik zie
't Gaat zo iedere dag
Glijdt het leven maar voort
Met een traan en een lach.
Verander nooit, mijn stadje,
Goenacht mijn schatje.
Mijn meisje met je hond
En rode mond.
Als wij eensdaags gingen trouwen
Ons nestje bouwen,
Dan gaat dit leven voort
000Door niets gestoord
't Stadhuis in langs de treden
Geen plechtigheden.
Beloften, ringen, trouw,
Jij bent mijn vrouw.
Dat zie ik allemaal
Uit mijn raam onder 't dak
Waar ik leef en studeer
Op mijn dooie gemak.
Een leven vol vrede,
Ver van de steden
De kindren worden wijs
En gij wordt grijs.
Ik
hou zo van het leven,
Dat veel kan geven
En nemen van tijd tot tijd,
Zo dat je lijdt.
Ik ben met iets tevreden,
Dat is de reden
Dat ik niet heel veel vraag
En mijn lot draag
Wat ik zie iedre dag
Uit mijn raam ondet 't dak
Is mij steeds weer een vreugd
Zet mij op mijn gemak
EEns ver van deze wereld.
Waar rang nog stand telt,
Daar is het ideaal
Voor allemaal
Want dan leeft met gemak
Alles onder één dak.
© 1949