TINGELING TINGELING
 

Tekst en muziek: Kees Manders

 

Tingeling, tingeling, rijen maar, ze hangen aan de lussen !
Tingeling, tingeling, bij elkaar, d'er kan geen speld meer tussen,
Maar is de drempel als een ei, geen plaatsje is meer vrij
Tingeling, tingeling, d'er kan d'er nog wel eentje bij !

Ik ben al vele jaren bij de electrische tram
En sta ik op de wagen kent iedereen mijn stem,
Ik roep bij elke halte luid, de naam van straat of plein
En ben ik volgeladen, nou dan trek ik aan de lijn.

En ga ik 's avonds slapen, vermoeid van 't drukke werk
Kan ik de slaap niet vatten, ben anders toch wel sterk.
En ben ik ingedoemeld, nou dan valt het noch niet mee
Want sta ik in mijn dromen op de wagen van lijn twee.

 

 

© 1949