‘K KWAM LAASTMAAL DOOR EEN GROENE WEI
‘k Kwam laastmaal
door een groene wei, koekoek !
Ik vond de nachtegaal aan een zij, koekoek !
De nachtegaal zong al op zijn best,
De koekoek riep al uit zijn nest :
Koekoek, koekoek, koekoek ! (2x)
Terwijl dat er dat
vogeltje zong, koekoek !
Kwam daar een stem die beter klonk, koekoek !
Die stem die klonk al grof en fijn
Het scheen een venus snap te zijn :
Koekoek, koekoek, koekoek ! (2 x)
Dat paarken zong
daar met plezier, koekoek !
En speelde een deuntje op de lier, koekoek !
Zij danste daar een minnuee,
De koekoek, die riep altijd mee :
Koekoek, koekoek, koekoek ! (2 x)