JIJ BENT TE DIK VOOR MIJ
Er
was eens een jongen (meisje)
Van tweehonderd zoveel pond
En hi (zij) was kogelrond.
Wat hem (haar) wel aardig stond.
Hij (zij) was eens verliefd,
Maar ach, de vrouw (man) naar wie hij (zij) dong
Moest niets van hem (haar) hebben
Zij (hij) vertrok terwijl hij (zij) zong.
Refrein:
O
! 'k wil je niet, ik moet je niet,
Je bent te dik voor mij,
Veel te dik voor mij, veel te dik voor mij
Iedere maand komt er secuur een halve kilo bij
Ji bent te dik, veel te dik, veel te dik voor mij
'k Zie je beelt'nis in de diergaard,
Als ik langs de kooi van 't nijlpaard
'k Wil je niet, ik moet je niet
Jij bent te dik voor mij,
Jij bent te dik, veel te dik, veel te dik voor mij.
O ! mij.
Als hij (zij) stapt in de tram,
O ! O ! O ! O ! O ! raakt hij (zij) vast in de klem
O ! O ! O ! O ! O ! 's zomers valt het niet mee
Als hij (zij) zwemt in zee,
Springt hij (zij) van de kant
Overstroomd het strand
O ! O ! O ! O !
©
1950