FIELOMEENTJE

 

Filomeentje was een meisje van de stad,
Wie haar nakeek noemde haar een schat.
Omdat zij zo leuk en pittig was,
Echt een meisje van eerste klas.
Heur haartooi was platina-blond,
Haar gezicht lief en rond
Mondje klein en rood als vuur,
Ogen blauw als echt azuur.

Filomeentje, Filomeentje
Luistereens mijn kleine meid
Weet jij hoe mijn hartje slaat,
Als je even bij mij zijt.
Folomeentje, Filomeentje
Luister eens mijn kleine meid.
Enkel en alleen door jou,
Voel ik mij steeds verblijd.

Filomeentje is voorwaar een leuke pop,
Als 'k haar zie dan stijgt mijn vreugd ten top
Want al kan ze soms wat koppig zijn
Eens toch wordt ze liefste mijn
Met hart en ziel ben ik verkleefd,
Sinds ze mij veroverd heeft
En zolang ik er zal zijn,
Wil 'k haar zingen mijn redrein:

 

 

© 1949