DIE MEI PLEIZANT


 

1

Die mei pleizant willen wij planten,

‘t Is nu de tijd zo dat behoort ;

Men ziet nu vreugd’ aan alle kanten.

Die vogelkens zingen met zoet akkoord.


 

2

De rechte tijd is nu voorhanden,

Komt met uw liefken vrij onverstoord.

Trekt met uw liefken in Venus’ landen

Uit rechter liefde zo dat behoort.


 

3

Op harpen, snaren, wilt triomferen,

En lustig zingen met blij geschal,

Voor uw liefs vensterken, ‘t is haar ter ere

Deez’ meientijd gaat boven al.