DE KLEINE SCHOOLJUFFROUW

1.

Des morgens om tien uren
Zit ik door het raam te turen
Dan nadert uit de verte in m'n straatje
Een juffrouw met wat kleuters
U weet wel, van die peuters
Als van een schattig kinder-kamer plaatje
Dan ren ik met drie treden
De trap af naar beneden,
Want, oh die juffrouw wordt door mij aanbeden
En ik vraag juffrouw,
Toe wees niet flauw,
Maar zeg toch gauw
Waarom mag ik niet mee
Zo'n hoekje om.

Refrein:

Zeg kleine schooljuffrouw
Wat stapt jij als een pauw
Zo met je klasje
In het pasje
Naar dat school van jou,
Zeg, waarom doe je mij niet een keer een pleziertje
En neem ook mij eens met je mee in 't vrij kwartiertje
Mijn kleine schooljuffrouw.
Hé toe beslis nu gauw
Opdat 'k vertel
En voor je spel
Hoe 'k van je hou.
Ik ken m'n les,
't Wordt 'n succes
Neem mij gerust maar onder 't mes
Ik krijg een tien
Dat zult je zien
En jou tot vrouw.

 

2.

Eerst deed ze wat verlegen.
Maar 'k heb m'n tien gekregen
En op 't stadhuis heb ik zeer goed geschreven
In plaats van 't kleuterklasje
Loop ik nu in het pasje
Regeert ze over mij haar verder leven,
Tracht ik haar te bekoren
Dan lispelt ze in m'n oren
Nog één zoen en je gaat een bank naar voren
Die laatste kus
Was maar twee plus
Een betere dus,
Toe kom
Dan gaan we nog 'n hoekje om