DE BOOTTREKKERS LANGS DE WOLGA


 

Trekken droef moe, tot de dood toe,

Langs de Wolgastroom, door de steppe ;

Trekken droef moe, tot de dood toe,

Met de wolken tot gezellen.

Zonder einde golft de Wolga grauw,

Zonder einde wiegt de steppe in rouw.

Dagen en nachten, dagen en nachten,

Gaat de zware tocht naar de haven.


 

Waar wij rusten, waar wij dromen

Van de vrijheid, van de vreugde.

Leven gegroet ! Broeders houdt moed !

Eens wordt ook voor ons ‘t leven wondergoed.

Zonder einde golft de Wolga grauw,

Zonder einde wiegt de steppe in rouw.

Dagen en nachten, dagen en nachten,

Gaat de zware tocht naar de haven.

Trekken droef moe tot de dood toe.