HOE LEIT DIT KINDEKEN


 

Hoe leit dit kindeken hier in de kou

Ziet eens hoe alle zijn ledekens beven,

Ziet eens hoe dat het weent en krijt van rouw’,

Na, na, na, na, na, na, kindeken teer,

Ei, zwijg toch stil, sus, sus en krijt niet meer.

Sa, ras dan, herderkens, komt naar den stal !

Speelt een zoet liedeken voor dit teer lammeken .

Mij dunkt het nu wel haast wat slapen zal.

Na, na, na, na, na, na, kindeken teer,

Ei, zwijg toch stil, sus, sus en krijt niet meer.

En gij, o engelkens, komt hier ook hij,

Zingt een motetteken voor uwen koning,

Wilt hem vermaken met uw melodij.

Na, na, na, na, na, na, kindeken teer,

Ei, zwijg toch stil, sus, en krijt niet meer.