DRIE SCHUINTAMBOERS
Drie schuintamboers die kwamen uit het oosten,(2x)
Van rom bom, wat maal ik erom.
Die kwamen uit het oosten rombom.
Een van de drie zag daar een aardig meisje,
Zag daar een aardig meisje.
Zeg meisje lief, mag ik met jou verkeren?
Ja, schuintamboer, dat moet je vader vragen.
Zeg ouwe heer, mag ik je dochter trouwen?
Zeg schuintamboer, zeg mij, wat is je rijkdom?
Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken
Mijn rijkdom is, een trommel en twee stokken.
Neen, schuintamboer, dan kan je haar niet krijgen.
Maar, ouwe heer, ik heb nog iets vergeten,
Mijn vader is Groothertog van Castilje.
Dan, schuintamhoer, mag jij mijn dochter trouwen.