DE VLAAMSE LEEUW
(H. Van Peene - K. Miry)
Zij zullen hem niet temmen,
De fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid
Met kluister en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen,
Zolang één Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen.
Zolang hij tanden heeft.
R
Zij zullen hem niet temmen,
Zolang één Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen
Zolang hij tanden heeft. ( 2X )
De tijd verslind de steden,
Geen tronen blijven staan.
De legerbenden sneven ;
Eén volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde,
Omringd van doodsgevaar,
Wij lachen met zijn woede,
De Vlaamse Leeuw is daar.
R
Hij strijd nu duizend jaren,
Voor Vlaandren's dierbaar lot,
En nog zijn zijne krachten
In al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken,
En tergen met een schop,
Dan recht hij bedreigend
En vreselijk voor hen op.
R