DE VASTENAVOND DIE KOMT AN
De
Vastenavond die komt er an.
Wij zingen : «
Ho man, ho ! »
Geeft ons een pankoek uit de pan
En zo, mijnheer, alzo.
En nu het vastenavond is,
Nu zijn er alle keeltjes fris,
Driridon, (4x) dondeine
Het spelen gaat gewis.
Tsa meisjes. zet de man te vier,
Slaat eieren in het meel,
En haalt een kruikje smokkelbier,
Zo smeren wij de keel.
Terwijl gij samen aan de haard
De koekjes uit de pan vergaart.
Diridon, (4x) dondeine
Wij spelen met de kaart.
Wat raad je : zal het klaverertroef
Of zal het schoppen zijn ?
Neen, geen van bei : ‘t is harteboef.
En ‘t aasje dat ‘s van mijn.
Welhey, welhey, wat zeg je nu ?
Kom speel je mee of ben je schuw?
Diridon, (4 x) dondeine.
Zie, daar is lanterlu.
Hier dient ook wel
een glaasje bij :
Ik breng jou op een zom.
Uw naaste geburen aan weerszij :
Nu vrienden keert u om,
En kust de meisjes dat het raakt.
Terwijl de wijn ons vrolijk maakt
Diridon, (4 x) dondeine
Het wijntje vrolijk maakt.