| JEAN
WALTER (ARTIEST BIOGRAFIE)
Jean Walter,geboren als Jean Wauman de 11de februari
1922 in Sint-Niklaas (zelfde geboortestad als Bob Benny), zou
aanvankelijk in de breigoedzaak van zijn ouders gaan werken.
Jean kwam uit een gegoede familie. Papa Waumans
mag je een soort textielbaron noemen, die als nevenactiviteit
opvouwbare en geponste kaarten voor draaiorgels produceerde. Dat
zijn zoon zanger wou worden interesseerde zijn vader niet. Het
muzikale moet hij van zijn Zuid-Franse moeder hebben geërfd, maar
die stierf amper elf dagen na zijn geboorte.
Tijdens de oorlogsjaren werd Jean door de bezetters verplicht om in
Duitsland aan de slag te gaan. Daar kwam hij voor de eerste maal in
contact met professionele muzikanten en de Duitsers dwongen hem te
gaan optreden met een, hoe vreemd het ook mag klinken, joods orkest.
Deze ervaring stimuleerde hem om als zanger door te gaan, want hij
had al snel door dat zingen de rest van zijn leven zou bepalen.
Terug in ons land werd hij op zekere dag in 1949 ontdekt door de
baas van de Ancienne Belgique, Arthur Mathonet. Mathonet liet Jean
ook optreden in Parijs. Nog geen twee jaar later is het
platenproducer Jacques Klüger die met hem een eerste plaat wil
opnemen.
Almaar meer werden Jean Walter en Bob Benny met elkaar vergeleken.
Jean was, zoals Bob Benny ooit in een interview vertelde, eerder een
crooner en hij meer een chanteur à voix. Jean Walter trad in die
tijd nog op onder de artiestennamen Jead Woodman en John Newman,
maar Klüger vond Jean Walter toch iets toegankelijker klinken.
Een van zijn eerste opnamen was ‘De rots van Gibraltar’, snel
gevolgd door songs als ‘Ik zie je voor het eerst vandaag’ en ‘L’âme
des poètes’ (origineel een chanson van Charles Trenet).
Jean Klüger vond dat Bob Benny meer in Vlaanderen moest blijven
optreden en stuurde Jean liever richting Duitsland. Nadien gingen de
zaaluitbaters beide zangers vaker tegen elkaar uitspelen en
verplaatste Bob meer en meer zijn werkterrein richting onze
oosterburen.
Met de evergreens ‘Ol’ man river’ en ‘Domino’ won hij de Grand Prix
du Micro bij Radio Luxemburg en kreeg iets later voor zijn
interpretatie van het chanson ’Comme un bohème’ in 1951 in Deauville
de prijs ‘Le coq de la chanson Française’.
Intussen bleef Jean vooral zijn vrouwelijke aanhang verwennen met
prachtige opnamen als ‘Wondermooi’, ‘Dank’ en het haast
onafscheidelijke ‘Tulpen uit Amsterdam’.
In 1956 trekt Jean met het liedje ‘Venetië’ naar het Festival van de
Gouden Gondel en krijgt in deze sprookjesachtige Italiaanse stad de
zilveren schaal voor het beste Venetië-lied. (noot: dit liedje werd
in 2000 genomineerd in onze Eregalerij).
Een van zijn mooiste platen ‘Twee blauwe kinderogen’ levert hem de
Grote Prijs van het Nederlandse lied in Antwerpen op en iets later
speelt hij de hoofdrol in de operette ‘Rose Marie’ van de
Amerikaanse componist Rudolf Friml.
Tegen die tijd is Jean Walter ook een internationale ster geworden
en staat hij op het podium samen met de orkesten van Helmut
Zacharias, Werner Müller en Kurt Edelhagen. Er volgen nog enkele
singles als ‘Met je handen’ en ‘Aan het Wolgastrand’ en dan is het
voor Jean plots afgelopen, het succesverhaal lijkt voorbij.
Hij verliest in 1960 eerst zijn zangstem, iets later ook zijn
spreekstem en moet alle geplande contracten en optredens afgelasten.
Om toch maar in de running te blijven, gaat Jean op zoek naar jobs
waarvoor hij geen stem nodig heeft. Omdat hij niet alleen mooi kan
zingen, maar ook knap oogt, wordt hij mannequin en fotomodel. Hij
verdiende in die tijd 35 euro per uur, wat toen een meer dan
behoorlijk bedrag was.
Na enkele jaren van geduld krijgt hij in 1964 zijn zangstem terug en
kan hij opnieuw optreden, maar Jean Walter is er zich wel van bewust
dat de dagen van weleer definitief voorbij zijn. Met heel veel inzet
weet hij zich toch staande te houden.
In 1983, als Jean zijn veertigjarige loopbaan viert, ontvangt hij
van toenmalig cultuurminister Poma het lint van Ridder in de
Kroonorde. 10 jaar later, in 1992, organiseert hij naar aanleiding
van zijn 50–jarige carrière een groots jubileumconcert en krijgt
naar aanleiding daarvan vanwege de vereniging van Belgische
Artistieke Promotie (B.A.P.) het gouden eremetaal als bekroning voor
heel zijn oeuvre.
Jean voelt zich als herboren als producer Marc De Coen eind jaren 90
op de idee komt hem samen met Bob Benny en Jacques Raymond te
presenteren als het trio ‘De Gouden Tenoren’.
Marc Brilouet |