| JIMMY
FREY (ARTIEST BIOGRAFIE)
Jimmy Frey is geboren in Brugge op 28 april 1939 als
Ivan Moerman. Een tijdje later verhuizen z’n ouders naar Heist-aan-Zee
waar mama een kapperszaak begint.
Een fijne jeugd heeft Jimmy
niet gehad, want zijn ouders pasten niet echt bij elkaar.
Papa was een rokkenjager en toen Jimmy 11 was liet zijn vader z’n
gezin in de steek.
Thuis was er ,ondanks die strubbelingen, vaak muziek en Jimmy zong
graag mee met de platen van Luis Mariano, het idool van z’n moeder.
Het was zijn toenmalige muziekleraar die aan Jimmy’s moeder vertelde
dat haar zoon in de klas geen hoogvlieger was, maar wel kon zingen
als de allerbeste en dat ze hem daarin moest stimuleren.
Toen Jimmy bijna 15 werd, verhuisde hij met z’n moeder naar Brussel.
Zijn oudere zus was zich daar al gaan nestelen en moeder had een
nieuwe man leren kennen die daar woonde. Die meneer wou dat Jimmy
ging studeren, maar dat lukte niet. Hij probeerde even de technische
school,maar ook dat vlotte niet en Jimmy werd dan maar
beenhouwersgast.
Hij kreeg een leercontract van drie jaar aangeboden, een harde
leerschool zo zou blijken! Hij moest immers van ’s ochtends tot ’s
avonds werken en voor zingen was er jammer genoeg geen tijd meer.
Tot twee jaar later de neef van z’n baas op bezoek komt, Jimmy hoort
zingen en de baas aanspoort Jimmy in te schrijven voor enkele
crochetwedstrijden. De Franse operette is dan telkens niet ver uit
de buurt! ‘L’amour est un bouquet de violettes’ van Mariano levert
Jimmy meermaals een eerste plaats op.
Het zou daar niet bij niet blijven. In die tijd trad Jimmy hier en
daar al op onder de artiestennamen Benny Martel en Ben Timior. In
1958 ziet hij de kans schoon bij een andere beenhouwer aan de slag
te gaan en die man staat wél achter hem en gunt hem wat meer
vrijheid zodat Jimmy aan diverse zangwedstrijden kan deelnemen.
Tijdens z’n legerdienst wint Jimmy de superfinale van het Belgisch
leger en besluit voortaan de rest van z’n leven aan zijn
zangcarrière te wijden. Hij treedt onder meer op in de Folies
Bergère in de revue ‘Hoe zotter, hoe beter’ samen met Bobbejaan
Schoepen.
Problemen echter thuis, want zijn moeder gaat niet akkoord dat hij
full time zanger wordt. Jimmy verlaat het ouderlijk huis met slaande
deuren en gaat op kamers wonen.
Gelukkig voor hem ontmoet hij producer Louis Maréchal die hem als
rocker wil lanceren en hem meetroont naar Frankrijk. Jimmy gaat
zelfs in Parijs wonen, maar dat blijkt uiteindelijk een foute gok te
zijn. Aan dat Frans avontuur houdt hij wel z’n artiestennaam Jimmy
Frey over.
In 1964 keert hij naar Vlaanderen terug en neemt hier z’n eerste
Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ op en belandt daarmee in
het tv-programma Tienerklanken. Hij leert intussen ook de manager
van Liliane kennen, Milo De Coster, die hem inschrijft in het
Vlaamse schlagerfestival waar hij tweede wordt met het liedje ‘Niemand’.
Twee jaar later, we zijn dan 1966, breekt hij door met zijn deelname
aan Canzonissima. Hij gaat in competitie met Anneke Soetaert,
Kalinka en Marva. Tijdens de finale zingt hij ‘Ik geloof’, een
liedje van Bobbejaan Schoepen op tekst van Louis Baret.
We zien hem op tv schitteren als een soort half god met geblondeerd
haar uitgedost in een militair galakostuum, een imago dat de kijkers
enorm aanspreekt! In 1967 mag Jimmy samen met Lucky Jones, Marva,
Claudia Sylva en Ann Soetaert deelnemen aan de Europese beker voor
zangvoordracht in Knokke.
Hij staat met bekende artiesten als Roger Whittaker, Patricia Paay
en Reinhard Mey op het podium. Het jaar nadien is het in Vlaanderen
pas echt raak met de single ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, een
nummer van Wando en Tony Lam (de gebroeders Lameirinhos) van de toen
heel bekende popgroep Jess and James.
Jimmy kwam in die jaren zestig vaak in de club ‘Les Cousins’ aan de
Grote Markt in Brussel waar Jess en James dikwijls optraden en hij
droomde ervan met hen een soulnummer op te nemen met een catchy
sound en melodie die ook zou aanslaan bij de jeugd.
15 weken lang zou deze productie van Roland Klüger aan de top staan
van de BRT top dertig en deze gouden hit werd dan ook in 2002 niet
voor niets gelauwerd in de Eregalerij van het lichte Vlaamse lied
tijdens het gala in het Casino van Knokke.
En de hits blijven niet uit: ‘Als een kus naar tranen smaakt’, ‘Duw
een beetje’ en in 1970 zijn visitekaartje ‘Rozen voor Sandra’. In
ons land worden daarvan 130.000 exemplaren verkocht. De plaat wordt
in 16 landen verdeeld met in het totaal een verkoop van 1.800.000
singles en een dikke hit in Spanje. ’Rozen voor Sandra’ was de
vertaling van ‘Roses to Reno’, een liedje van de Amerikaanse zanger
Bishop Sykes.
Sinds die succesjaren gaat Jimmy ook rijkelijker leven, hij wordt
een echte levensgenieter en in ons land de Vlaamse playboy nummer 1.
Radio 2 blijft Jimmy goed gezind, want in 1974 ontvangt hij voor
‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’, de Zomerhit-onderscheiding.
Datzelfde jaar schiet hij nog eens pal midden in de roos met ‘Pappie
nummer twee’, een compositie van Andy Free.
Nadien wordt het wat stiller rond Jimmy, maar hij slaat in 1980
keihard terug met een vertaling van ’Et pourtant’ van Charles
Aznavour, eerder al ’n hit in Amerika als ‘Yet I know’ voor Steve
Lawrence. Jimmy maakt er op aanraden van de baas van een oldies
dancing in Rilaer waar hij regelmatig optreedt een geslaagde
discoversie van. Yet I know’ staat tijdens de lente van 1980 op de
2de plaats in de BRT top dertig.
In 1989 is Jimmy van plan een doorbraak te forceren en neemt deel
aan Eurosong. Om gezondheidsredenen moet hij plots afhaken, hij
heeft kanker. Na zijn herstel richt hij ‘de Jimmy Frey-stichting
voor kankerpatiënten’ op en wordt in 1990 het boegbeeld van de VTM-actie
‘Levenslijn’ met daaraan gekoppeld de single ‘Samen leven’.
Vijf jaar later staat Jimmy op de planken met zijn tournee ‘Liefde
en Kracht‘ waarmee hij zijn dertigjarige carrière in de kijker wil
zetten.
Intussen houdt hij zich al veertig jaar staande, een prestatie die
tijdens de Eregalerij van 2004 uitgebreid in de bloemetjes is gezet.
Marc Brillouet |